Bewegen en cognitieve training

50 miljoen mensen met dementie telt onze planeet momenteel. Elke 3 seconden komt er wereldwijd iemand bij.  Op dit ogenblik telt Vlaanderen meer dan 135 duizend dementerenden. Men verwacht dat dit tegen 2060 zal oplopen tot meer dan 250 duizend.  Men spreekt over een dementietsunami.  

Maar er is goed nieuws. Bewegen heeft een positief effect op de neuroplasticiteit van onze hersenen. M.a.w. bewegen zorgt ervoor dat we nieuwe hersencellen aanmaken en versterkt de verbindingen tussen onze hersencellen. En des te groter onze cognitieve reserve is, des te minder de kans op dementie. 

Bewegen is dus belangrijk om die reserve zo groot mogelijk te houden maar er zijn nog zaken die je kan doen zoals o.a. nieuwe dingen leren, cognitieve training, een rijk sociaal netwerk, gezond eten maar ook stoppen met roken, obesitas verminderen enz.  

Men heeft onderzoek verricht naar de impact van bewegen (aerobe sporten) en cognitieve training op onze hersenen.  En wat blijkt nu,  elk apart hebben ze een gunstige invloed op de neuroplasticiteit maar deze twee samen hebben een versterkend effect, zelfs op langere termijn. Zie het dus niet als 1+1 = 2 maar wel als 1+1=3.

Zelfs voor dementerende mensen is het belangrijk dat ze in beweging blijven. Het zal dementie niet genezen, maar het kan het proces wel vertragen.

Beginnen sporten is op elke leeftijd zinvol.  Jammer genoeg  heerst er nog vaak een negatief imago. Velen denken dat ze net meer moeten rusten als ze ouder worden maar dit klopt niet. Voldoende bewegen vermindert het risico op dementie, vele chronische aandoeningen, sarcopenie (= verlies van spiermassa met afname van spierkracht tot gevolg) en osteoporose (=poreusheid van het bot waardoor de botten zwakker worden). Deze laatste twee zijn veel voorkomende problemen bij het ouder worden en zorgen vaak voor ‘valincidenten’ op latere leeftijd. Daarnaast heeft bewegen ook een effect op ons cognitief functioneren en ons psychisch welbevinden.

Ook voor mensen met al chronische aandoeningen is het beter om in beweging te blijven. 

Wat is nu de algemene richtlijn? Elke volwassene maar ook oudere zou het grootste deel van de dag licht intensief moeten bewegen.  Daar komt per week nog bij: minstens 150 minuten matig intensief of 75 minuten hoog intensief bewegen. Een combinatie van beiden is ook mogelijk waarbij 1 minuut hoog intensief bewegen dubbel telt voor matig intensief.  M.a.w. 25 minuten hoog intensief = 50 minuten matig intensief.

Bovendien is het belangrijk voor iedere volwassene om elke week krachtoefeningen te doen voor sterke spieren en botten.  Voor 65-plussers is het aangeraden om dit zelfs 3x/week te doen én 3x/week te werken aan lenigheid en evenwicht om o.a. vallen te voorkomen.

Bij een bevraging onder ouderen is gebleken dat fietsen en wandelen op nummer 1 en 2 staat in de top tien van meest aantrekkelijke sporten.  Er is hierbij geen onderscheid tussen mannen en vrouwen.

Als gevolg van bovenstaand onderzoek en bevraging is het nuttig om meer in te zetten op wandelend sporten waarbij ook het cognitieve aan bod komt. Denk maar aan wandelvoetbal wat reeds bestaat. 

Ik draag mijn steentje bij aan dit onderzoek door mijn sportieve wandeltrainingen. Tijdens deze training ga je wandelend allerlei oefeningen uitvoeren, te vergelijken met een atletiektraining. Bij het sportief wandelen besteed ik ook aandacht aan het cognitieve en doen we kracht- en balansoefeningen.  Het is zeer toegankelijk voor alle leeftijden, zelfs 60 en 70 plussers. Interesse? Meer informatie vind je bij sportief wandelen.